Afbeelding

Ontvlambaar

Ze trekken capuchons over hun hoofd. Straatstenen vliegen door de lucht, winkels sluiten haastig hun rolluiken en ergens filmt iemand alles voor sociale media. De volgende ochtend spreken politici schande, zoeken talkshows verklaringen en slapen de relschoppers waarschijnlijk gewoon uit.
Relschoppen lijkt steeds vaker een vreemd soort uitlaatklep. Niet altijd uit pure ideologie, maar vaak uit een mix van verveling, groepsdruk en de kick van chaos. Een avond rellen levert tegenwoordig status. Hoe harder de explosie, hoe sneller de beelden rondgaan op TikTok of Snapchat.
Dat maakt het probleem ingewikkelder dan simpelweg harder straffen. Natuurlijk moet geweld consequenties hebben. Politieagenten bekogelen, ambulancemedewerkers verrot schelden en vuurwerk afsteken in voetbalstadions is geen protest meer, maar ordinair vandalisme en hufterig gedrag. Toch blijft de vraag waarom sommige mensen zich meer verbonden voelen met een anonieme menigte dan met hun eigen buurt.
Misschien omdat de samenleving steeds individualistischer wordt. Aandacht lijkt schaars geworden, behalve wanneer je iets extreems doet. Online woede wordt dagelijks beloond met views, likes en volgers. Vernieling als content: de straat is slechts het verlengstuk van een digitale cultuur waarin provocatie loont.
Ondertussen betaalt de gewone burger de prijs. Winkeliers draaien op voor vernielingen, bewoners voelen zich onveilig en hulpverleners raken opgebrand. De echte verliezers van rellen zijn zelden de mensen die de eerste steen gooien. Al worden zij, hoe ironisch ook, uiteindelijk zelf ook geen winnaars.
De oplossing heb ik niet. Toch mag een samenleving best streng zijn tegen relschoppers. Waterkanonnen en eindeloos gepolder lossen weinig op. Het wordt tijd dat politici eindelijk dezelfde duidelijke, harde taal spreken. Geen begripvolle ‘maars’ meer, maar één glasheldere boodschap: wie onze straten afbreekt, hoort daar keihard voor te betalen.

Susan Wiendels

Afbeelding