Het Klooster, begin jaren 70
Het Klooster, begin jaren 70

‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’

In 2026 bestaat Westervoort 1300 jaar. Een mooi moment om terug te blikken. Dit artikel gaat over het Klooster, een ontmoetingsplek voor jongeren dat in de laatste decennia van de vorige eeuw een belangrijke rol vervulde voor de Westervoortse jongeren en verre omstreken.

Willem Vlijm

Inleiding

Eind jaren ’60 van de vorige eeuw kende Westervoort een tweetal gelegenheden waar onze jeugd zich kon vermaken. Voor de protestantse jongeren was er een ontmoetingscentrum genaamd ‘t Spatje die was gehuisvest in het gebouw de Karekiet van de Werenfried-kerk. Helaas brandde ‘t Spatje in 1970 af. Voor de overige jongeren in Westervoort was er discotheek The Rising Sun die was gehuisvest in café het Hoge Eind. Toen The Rising Sun het Hoge Eind moest verlaten kreeg zij onderdak in de IJsseltaveerne (café Sorber). In zowel het Spatje als bij Sorber werd top-40 muziek gedraaid. Een deel van onze Westervoortse jongeren vond dit maar niets, nee The Rolling Stones en Frank Zappa was hun favoriete muziek waar zij naar luisterden.

Het Klooster, de beginperiode

Vanaf 1912 tot 1966 werd het Klooster aan de Dorpstraat bewoond door Dominicanessen nonnen. Zij gaven daar les aan katholieke meisjes en aan jongens en meisjes tot zes jaar. In 1964 vertrokken de nonnen uit Westervoort. Vanaf 1966 vonden enkele onderwijzersgezinnen er een onderdak, o.a. de families Tijdink, Bodewes en Schepers.

Eind jaren ’60 werden enkele jongeren vanuit de gemeente, o.a. Frans Vlug (opbouwwerker) benaderd om in het Klooster een jeugdsoos op te zetten. Daarop werd positief gereageerd. De bouwkundige staat van het Klooster werd door diverse deskundigen onderzocht en op basis van hun bevindingen werd het Klooster geschikt gemaakt om de jongeren te ontvangen.

Aanvankelijk werd een ontmoetingsplek aan de voorzijde van het gebouw gerealiseerd, inclusief het zogenoemde ‘zwarte hok’. Er werd veelal ‘alternatieve- en bluesmuziek’ gedraaid. Aan de achterzijde van het gebouw was de Katholieke Werkende Jongeren (KWJ) gehuisvest.

De jongeren kregen in oktober 1969 de sleutel. Vervolgens werd een bestuur gekozen: Wout Hermsen werd voorzitter, Jan Wolf secretaris en Theo Bouwman penningmeester. Na ongeveer één jaar besloot het bestuur dat het Klooster moest verbouwd en aangepast aan de eisen van die tijd. Een groot deel van de achterkant werd aan de jongerenruimte van de voorkant toegevoegd en dit moest worden gefinancierd. Van de gemeente kreeg men, na veel soebatten, een eenmalige bijdrage van ƒ 1.000, - en daar moest men het mee doen. Bij de steenfabriek in Lobith kocht men hout van oude droogrekken. In oktober 1970 werd met de verbouwing begonnen. De muren en het plafond werden met het ‘droogrekkenhout’ opgeknapt. René Visser schilderde nonnenkoppen op de muur. Er moest ook een geluidsinstallatie komen, dus opnieuw werd een beroep gedaan op onze gemeente om hiervoor ƒ 150, - bij te dragen. Hierop werd positief gereageerd. Het werk liep als een tierelier en in januari 1971 was de klus geklaard. Op 4 februari 1971 werd Stichting het Klooster officieel geregistreerd. In maart 1971 werd het Klooster door wethouder Th. Krutwagen geopend.

De inkomsten kwamen voornamelijk uit de verkoop van drank. In de beginperiode werd alleen maar flessenbier verkocht. De bierleverancier vond een tap niet nodig. Daar kwam hij snel op terug, onze jeugd lustte wel een biertje en het sjouwen van kratten met lege bierflesjes was nogal tijdrovend.

Het Klooster, de jeugd

Het Klooster was een meer dan fantastische plek om voor de Westervoortse jeugd hun eigen wereld te creëren. Het vreemde was dat de vergelijking met zijn vorige bewoners niet eens zo ver weg was. Deze nieuwe jeugdige bewoners noemden zich ook kloosterlingen, ze droegen het embleem van de non fier op hun borst. Wat zouden de nonnen trots zijn geweest als ze geweten hadden dat slechts enkele jaren na hun vertrek bijna de gehele jeugd van Westervoort en omstreken zich bekeerd had tot kloosterling.

De gemeenschapszin ging ver, uniformiteit, de lange enigszins wat kleffe haardracht, waarbij enkel nog de ogen te zien waren. Het haar vormde een soort nonnenkap, knellende truitjes, veel te krappe spijkerbroeken met allemaal dezelfde kontzak, waarin precies een pakje shag paste.

Afbeelding
De bouwploeg, anno 1969; boven: Willy Verfuurden en Willem Wilting; : Jan Wolf en Gerrit van Zanten; staand v.l.n.r.: Geert Kock, Ruud Wilting, Kees Anema, Dut Geenacker, Wout Hermsen en Theo Bouwman; gehurkt: Willem Kock (foto: Willem Kock).