Bram Grandia
Bram Grandia

Bram Grandia preekt in Werenfriedkerk, de plek waar hij 50 jaar geleden begon

Algemeen

WESTERVOORT – Vijftig jaar na zijn eerste preek als predikant keert Bram Grandia terug naar de plek waar het voor hem allemaal begon. Op zondag 1 februari preekt hij in de kerkdienst van 10.00 uur in de Werenfriedkerk. Dat voelt als thuiskomen.

Door Susan Wiendels

Bram Grandia is inmiddels 77 jaar. Naast 50 jaar emerituspredikant in de Protestantse Kerk is hij een bevlogen christen-pacifist binnen de organisatie Kerk en Vrede en is hij nauw betrokken bij het vredesproject Tent of Nations in Bethlehem. Na verschillende omzwervingen, nestelde Grandia zich in 2003 ‘om de hoek’ in Doesburg, maar Westervoort heeft nog altijd een bijzondere plek in zijn hart. “Ik vind het heerlijk om hier te zijn,” zegt hij. “Een kopje koffie drinken in het Paalmanhuis, even bij mensen langs. Wij hebben hier als gezin een mooie tijd gehad. In vijf jaar tijd kregen we vier kinderen.

Van 1976 tot 1981 was hij vijf en een half jaar predikant in het dorp, waarna hij naar Amsterdam vertrok. Warme, menselijke ontmoetingen kleuren zijn herinneringen. “Het gaat uiteindelijk altijd om het kleine gebaar.”

Die menselijke nabijheid, waar Grandia zo warm over spreekt, werd ook in zijn eigen leven voelbaar. In 1980 overleed Jan-Willem, het zoontje van hem en zijn vrouw Marian, slechts drie dagen oud. In een periode van intens verdriet bleek hoe groot de betekenis van een eenvoudig gebaar kan zijn. “Na het overlijden stond Annie Jacobs op 21 maart bij ons op de stoep, met een bosje narcissen,” vertelt hij. “Ze zei: ‘Ook voor jullie wordt het weer lente.’ Dat vergeet ik nooit.”
De band met Westervoort bleef ook na zijn vertrek als predikant in 1981 bestaan. Hun kindje ligt begraven op het oude kerkhofje aan de Kerkstraat. Elk jaar, in het weekend rond zijn sterfdatum op 31 januari, bezoekt Grandia samen met zijn vrouw en hun drie dochters het graf.

Zijn benoeming tot predikant in Westervoort ging destijds overigens niet zonder slag of stoot. Grandia was lid van de PSP en dat zorgde voor gefronste wenkbrauwen. “Ik stond bekend als een kritische jongen,” zegt hij lachend. Zo kritisch zelfs dat zijn benoeming bijna niet doorging. 

Het waren andere tijden weet hij nog goed. De verhoudingen tussen hervormden en gereformeerden lagen gevoelig en de scheidslijnen waren scherp. Grandia werkte in Westervoort nauw samen met de katholieke kerk in de personen van pastor Ties van ’t Erve en pastoraal werker Nico Kok. “Prettige mannen, het waren mooie tijden.”

Een bloeiende oecumene met de RK-kerk ontstond ook in Duiven. Naast zijn pastorale werk en de kerkdiensten in het dorp ging Grandia samen met Theo Vrijlandt elke zondag voor in Duiven, in de kapel langs de Rijksweg. Duiven was destijds sterk katholiek gezind, maar dat vormde voor hem geen belemmering. Integendeel. Geleidelijk aan ontstond er in Duiven een Samen-op-Weggemeente. “Dat was echt pionierswerk.”
Hij vervolgt: “Gelukkig heb ik me altijd thuis gevoeld aan de rand van de kerken. Bij het zoeken naar wat mensen gemeenschappelijk hebben, los van etiketten. Naar wat je samen kunt doen voor het welzijn van dorp, stad, land en wereld.”

Wat hij in Westervoort heeft bewerkstelligd? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “Ik heb weer meer autochtone Westervoorters in de kerkenraad gehaald. Na een aantal jaren zaten er weer boeren(zonen) in.” Ook het gezamenlijk jeugdwerk bloeide op. ”Aan de jaarlijkse jeugdkampen heb ik heel veel plezier beleefd.”
In zijn pastorale werk stond voor Grandia nooit het snelle antwoord centraal. “Vaak is het niet de bedoeling om meteen met oplossingen te komen,” legt hij uit. “Aanwezig zijn, het donker delen, is soms belangrijker. Je moet als pastor ook het lef hebben om níét te handelen.”
Ontmoetingen vormen de rode draad in zijn werk en leven. Het ‘er zijn’ voor een ander, het meeleven en delen van gevoelens. Want juist in die ontmoeting ontstaan verbinding en zingeving.
Op zondag 1 februari staat in zijn preek een van de Zaligsprekingen centraal. “Mijn preken zijn altijd gebaseerd op Bijbelse verhalen.” Hij besluit: “Maar het gaat mij niet om de hemel. Het gaat om hoe de hemel op aarde komt, hoe we hier, op onze aarde met elkaar omgaan en in vrede leven.”