
‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’
Een (eerste) verkeersbrug over de IJssel bij Westervoort
In 2026 bestaat Westervoort 1300 jaar. Naar aanleiding van dit heugelijk gebeuren is een boek geschreven: ‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’. Onderstaand verhaal is een fragment uit dit boek. Het boek is te koop bij Bruna, Dorpsplein 25a in Westervoort. Het kost € 20, -, exclusief verzendkosten.
Willem Vlijm
Inleiding
Tot aan het begin van de 20e eeuw was verkeer over de IJssel bij Westervoort alleen mogelijk via een schipbrug. Het onderhoud van de schipbrug kwam geheel ten laste van de gemeente Arnhem. Het kostte Arnhem steeds meer moeite om de baten en lasten van dit onderhoud in evenwicht te brengen. Toen dan ook aan het eind van de 19e eeuw duidelijk bleek dat de spoorbrug bij Westervoort vervangen moest worden zag Arnhem zijn kans schoon.
De verkeersbrug
In de periode 1889-1893 bedroegen de inkomsten uit de schipbrug ƒ 24.600, -, terwijl de uitgaven ƒ 33.500, - bedroegen. Bij de bouw van de nieuwe spoorbruggen zag Arnhem de kans schoon om aan deze negatieve spiraal een halt toe te roepen. Samen met de Liemerse gemeenten en andere belanghebbenden maakten zij een plan om naast de spoorbrug een verkeersbrug te bouwen. De gemeente Arnhem nam contact op met de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid dr. C. Lely en legde hem de wensen voor ten aanzien van de te bouwen verkeersbrug. De minister stond welwillende tegenover dit voornemen, maar had één restrictie: de brug zou niet door het Rijk gefinancierd worden.
In de vergadering van de gemeenteraad van Arnhem d.d. 27 februari 1894 werd besloten dat Arnhem ƒ 65.000, - zou bijdragen om de bouw van de verkeersbrug mogelijk te maken. Daarbij werd wel gesteld dat de andere deelnemende gemeente en belanghebbenden de rest van het bedrag voor hun rekening zouden nemen. Tevens werd opgemerkt dat er voor de nieuwe verkeersbrug voor een periode van 45 jaar geen tol geheven zou worden. Dit was een verstandig uitgangspunt, we zullen er later op terugkomen.
Opmerking 1 De gemeenteraad van Arnhem had voorgesteld dat nimmer tolgeld betaald zou worden.
Opmerking 2 De gemeente Zevenaar wenste niet bij te dragen aan de bouw van de verkeersbrug.
Opmerking 3 De bijdrage van Westervoort bedroeg ƒ 500, - per jaar gedurende 45 jaar. Dit besluit werd genomen tijdens de raadsvergadering 21 februari 1894.
Ook aan fort Westervoort moesten wijzigingen worden aangebracht. Wijzigingen die nodig waren voor de bouw van de spoor- en verkeersbrug, deze kosten werden geraamd op ruim ƒ 100.000, -.
Op 30 november 1894 vergaderde de Tweede Kamer opnieuw over dit onderwerp. Het kamerlid, de liberaal Van Borssele vroeg zich af of de kleine gemeenten niet te veel moesten bijdragen in de kosten in verhouding van hun belang. De minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, Ph. W. van der Sleyden, ontkende dit.
Naar aanleiding van de constatering van Van Borssele vergaderde de gemeenteraad van Arnhem in januari 1895 opnieuw over dit onderwerp. Geconstateerd werd dat de toegezegde financiële bijdrage niet toereikend was om de verkeersbrug te realiseren. Daarop stelde de gemeenteraad van Arnhem in om zijn bijdrage te verhogen naar een bedrag van ƒ 72.905, - (ƒ 73.500, -). Deze kosten zouden gedekt worden door de verkoop van de schipbrug. Ook Gedeputeerde Staten van Gelderland wilde niet achterblijven, hun bijdrage bedroeg in principe ƒ 106.500, -. In oktober 1901 stelde Provinciale Staten van Gelderland vast dat het ten behoeve van de financiering van de verkeersbrug over de IJssel bij Westervoort een lening van ƒ 120.000, - zou bijdragen.
De verkeersbrug werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. Volgens eigenaren van paarden waren de leuningen van de brug te laag. Zij vreesden voor ongelukken. We hebben niet kunnen achterhalen hoe dit werd opgelost.
Kort daarna werd de schipbrug uit bedrijf genomen. In juni 1903 werden vier houten schepen, één grote veerpont en 1 kleine veerpont, onderdelen van de schipbrug, in Arnhem te koop gezet. We hebben de koper niet kunnen achterhalen.
Westervoort en het onderhoud van de verkeersbrug
Het bleek verstandig om in 1894 de ontheffing van tolgeld als voorwaarde te stellen voor de financiële bijdrage aan de bouw van de verkeersbrug, wat was het geval. In 1937 moest aan deze brug groot onderhoud worden gepleegd. De toenmalige minister van Waterstaat, O.C.A. van Lidth de Jeude was van mening dat de gemeenten die van de brug gebruik maakten moesten bijdragen in deze onderhoudskosten.
De gemeenteraad van Westervoort maakte hiertegen bezwaar en beriep zich op de afspraken uit 1894, namelijk dat er gedurende 45 jaar geen bruggeld betaald hoefde te worden. Westervoort had al 33 jaar betaald, dus een bijdrage aan de onderhoudskosten was niet aan de orde.
Op 3 juni 1901 werd de spoorbrug in exploitatie genomen. De nieuwe verkeersbrug volgde op 21 november 1902. Hiermee kwam een einde aan de heffing van het toltarief.
En of het druk was op de nieuwe verkeersbrug? Het viel eigenlijk wel mee.


