
Kinderarbeid in de Westervoortse steenfabrieken
AlgemeenIn 2026 bestaat Westervoort 1300 jaar. Naar aanleiding van dit heugelijk gebeuren is een boek geschreven getiteld: ‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’. Onderstaand verhaal is een fragment uit dit boek.
Willem Vlijm
Inleiding
Meester Lalleman uit Moordrecht merkte in 1855 op dat zijn klas leeg bleef: veel kinderen werkten in de touwbaan (een touwslagerij waar garens tot touw worden geslagen).
‘Hier in mijn dorp komt het voor dat soms vijfjarigen langer dan 12 uur per dag aan de wielen moeten draaien om touw te maken. De dodelijk vermoeide kinderen worden ´s morgens slapend naar de werkplaats gedragen en door hun schreeuwende baas gewekt.’
‘Het was een ijskoude decemberochtend in Leiden, waar terwijl iedereen nog lijkt te slapen drie jonge kinderen om zes uur slaapdronken naar de fabriek wankelen. Hun vader is werkloos en zuipt, terwijl zij in een stoomspinnerij dagen van veertien uur of langer maken. Als ontbijt hebben ze niet meer gekregen dan één koude aardappel.’
Ieder kind doet weleens een klusje: de auto wassen of afwassen. Oudere kinderen brengen de krant rond of werken in een supermarkt. Is dat ook kinderarbeid? Nee, dat is niet zo. Met kinderarbeid wordt bedoeld dat kinderen die veel te jong zijn, werken voor een baas die hen slecht betaalt en slecht behandelt. Bovendien hebben ze daardoor geen tijd om naar school te gaan, zodat ze niets leren en dus later nooit een goede baan kunnen krijgen.
De Westervoortse steenfabrieken
In 1865 woonden er in Westervoort 1.200 mensen. Ongeveer 200 kinderen tot 12 jaar zaten op de openbare lagere school op de hoek van de huidige Kerkstraat en Dorpstraat. Van die 200 kinderen werkten er 40 tot 60 bij de vijf steenfabrieken die Westervoort in 1868 telde. Deze kinderen verlieten in het voorjaar de lagere school en keerden pas in het najaar terug.
Dagelijkse gang van zaken
Steenfabrieken waren in de 19e eeuw arbeids intensieve bedrijven. Mannen, vrouwen en kinderen waren er werkzaam. Kinderen waren namelijk niet alleen handig vanwege hun kleine vingertjes en voetjes, maar ook goedkoper dan volwassenen. Vaak gebeurde het dat een arbeider zich met zijn hele gezin aan een steenbaas verhuurde. Sommige kinderen werkten er al vanaf hun vijfde levensjaar elf uur per dag, zes dagen per week.
Klei wordt in vormen gedaan en vervolgens in lange rijen op een veld gelegd om te drogen. Dit noemt men ‘opsnijden van stenen’. De stenen moesten regelmatig gekanteld worden en als ze droog waren gingen de stenen naar de oven. Het waren kinderen die hierbij werden ingezet.
Bedenk dat in Westervoort per steenfabriek twee tot drie miljoen stenen per jaar werden geproduceerd. Meisjes tot 12 jaar verdienden in die tijd ƒ 0,99 per week en jongens ƒ 1,99. Natuurlijk is dat niet veel, maar een brood kostte in die tijd ƒ 0,09, Dat betekende dat een jongen samen met een meisje ongeveer 33 broden per week konden kopen.
Het loon werd door de ploegbaas in zijn kantoor uitbetaald. Hij verkocht daar ook, met toestemming van zijn baas, sterke drank. Voor de kinderen was het telkens spannend of hun vader de lokroep van de drank kon weerstaan.
De kinderwet van Samuel van Houten
In 1874 kwam ‘Het kinderwetje van Van Houten’ tot stand. Deze wet bepaalde dat kinderen onder de twaalf jaar niet in fabrieken mochten werken. De Westervoortse steenfabrikant Derk Terwindt was van mening dat het bij hem niet ging om ‘fabrieken’ maar dat de werkzaamheden bij steenfabrieken in de open lucht plaatsvonden, dus de kinderwet van Van Houten was voor zijn bedrijf niet van toepassing.
De eerste leerplichtwet in Nederland werd op 30 maart 1900, met een meerderheid van één stem in de Tweede Kamer aangenomen. De meerderheid ontstond doordat een tegenstander (graaf Francis David Schimmelpenninck) van zijn paard was gevallen en daardoor niet kon stemmen. ‘Het paard is verstandiger dan zijn meester’, grapten de voorstanders van de wet.
De wet trad op 1 januari 1901 in werking en betekende dat kinderen tot twaalf jaar vanaf die datum verplicht waren naar de lagere school te gaan.
