De treinramp in Westervoort in 1964
De treinramp in Westervoort in 1964

Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel: de treinramp van 1964

Algemeen

In 2026 bestaat Westervoort 1300 jaar. Naar aanleiding van dit heugelijk gebeuren is een boek geschreven getiteld: ‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’. Onderstaand verhaal is een fragment uit dit boek.

Willem Vlijm

Inleiding

Op de ochtend van 31 augustus 1964 om 09.08 uur botste een Duitse en Nederlandse trein aan de oostzijde van de brug over de IJssel bij Westervoort tegen elkaar.

De gevolgen waren verschrikkelijk. De meeste rijtuigen vlogen uit de rails, in de treinen ontstond brand, een seinwachtershuis werd volkomen verpletterd, rondvliegende brokstukken beschadigden auto’s op de Brugweg. Het aantal doden dat werd geborgen bedroeg uiteindelijk vijf, het aantal gewonden 32 onder wie de beide machinisten en de seinhuiswachter.

De gebeurtenissen

Bij het ongeluk waren betrokken een Nederlandse D-trein, die om 09.00 uur uit. Arnhem was vertrokken met als eindbestemming Winterswijk en een Duitse dieseltrein uit Duisburg die volgens de dienstregeling om 09.10 uur in Arnhem zou aankomen. Beide treinen bestonden uit vijf rijtuigen. In de Duitse trein zaten ruim 60 passagiers en in de Nederlandse trein ongeveer 20.

De ravage was enorm. Van de vijf rijtuigen van de Nederlandse trein bleef er slechts één op de rails staan. De andere rijtuigen schoven onder en naast de Duitse trein, waarvan de voorste drie in elkaar werden gedrukt. In die trein bevonden zich twee marechaussees voor de paspoortcontrole die door de schok naar voren ‘vlogen’. Hoewel zij zelf lichtgewond waren, konden zij de eerste hulp verlenen en andere slachtoffers naar buiten brengen.

Reizigers zaten gewond in de trein, lagen langs het spoor of liepen verdwaasd rond. Vanuit de naburige betonfabriek en van particulieren die langs de IJsseldijk woonden, kwam de hulpverlening snel op gang.

Allengs kwamen ook de professionele hulpverleners aan op de plek van het ongeluk. Brandweer en politie uit Arnhem, ambulances uit Arnhem en Zevenaar, maar ook Rode Kruis-vrijwilligers en artsen. De gewonden werden naar de ziekenhuizen in Arnhem, Velp en Zevenaar vervoerd.

Het onderzoek

Uiteraard werd onderzocht hoe dit ongeluk kon ontstaan en welke maatregelen nodig waren om een dergelijk ongeluk in de toekomst te voorkomen. Tijdens een verhoor verklaarden zowel de Nederlandse machinist Gerritsen als de seinhuiswachter Otemans dat het sein aan de Arnhemse kant van de brug op groen stond. Dit betekende dat de Duitse machinist door een rood sein moest zijn gereden.

Op 9 september 1964 kwam een commissie, bestaande uit de chef van het NS-district Nijmegen, de secretaris en waarnemend secretaris van de Spoorwegongevallenraad uit Den Haag, vijf NS-medewerkers, twee leden van de Spoorwegrecherche, vijf personeelsleden van de Deutsche Bundesbahn en een vertaler voor de eerste keer bijeen in het gemeentehuis in Westervoort. Onder hen bevond zich de Nederlandse machinist Gerritsen. De Duitse machinist Röhr was niet aanwezig; hij lag in het ziekenhuis. Daarom reisde het gezelschap op 14 september 1964 af naar Hamm in de Bondsrepubliek, waar Röhr kon worden gehoord.

Het verslag van de commissie telde tien dichtbeschreven pagina’s met zeven uitvoerige bijlagen. Daarin stonden de letterlijke mededelingen van getuigen, situatietekeningen en vele foto’s. De conclusie van de commissie was heel duidelijk. De Nederlandse trein was aan de noordkant van de spoorbrug, ongeveer 1.100 meter voor de plaats van het ongeval, gestopt voor een rood sein. Toen het sein groen werd, vertrok de trein.

De Duitse machinist verklaarde dat hij het ‘voorsein’, dat een paar honderd meter voor het toenmalige station Westervoort stond, was gepasseerd, omdat dit sein volgens hem op groen stond. Als dit sein op geel had gestaan, had de machinist de snelheid van de trein moeten verminderen naar 30 km/h. Volgens de Duitse machinist stond het ‘voorsein’ op groen, dus was er voor hem geen reden om zijn snelheid te verminderen en reed hij met een snelheid van 110 km/h door. Toen hij vervolgens bemerkte dat het hoofdsein op rood stond, was het te laat om nog te stoppen, waardoor een botsing met de tegemoetkomende trein onvermijdelijk was.
Waarom de Duitse machinist het ‘voorsein’ over het hoofd had gezien, bleef onduidelijk. Röhr werd eind 1965 door de rechtbank in Arnhem schuldig bevonden aan plichtsverzuim met ernstige gevolgen. Hij werd daarvoor veroordeeld tot een boete van ƒ 500, -

De afloop

Ook de Tweede Kamer reageerde. Aan de minister van Verkeer en Waterstaat, Jan van Aartsen, werd gevraagd om op plaatsen waar een enkelvoudig spoor bestond en waar de frequentie van het spoorverkeer hoog was, het enkelspoor om te zetten in een dubbelspoor. Zoals dat bij Westervoort vóór 1940 overigens ook het geval was geweest. Er moest echter nog een treinongeval plaatsvinden, in 1978, voordat de flessenhals in het spoorverkeer in 1982 werd opgelost.

De treinramp in Westervoort in 1964