Pastoor Vaalman in een ze tel, in zijn tuin, geschonken door de ‘protestanten’ van Westervoort, zijn borst is versierd met een ridderkruis, eind 19e eeuw.
Pastoor Vaalman in een ze tel, in zijn tuin, geschonken door de ‘protestanten’ van Westervoort, zijn borst is versierd met een ridderkruis, eind 19e eeuw.

Jan Vaalman, pastoor in Westervoort (1851-1899)

Algemeen

In 2026 bestaat Westervoort 1300 jaar. Naar aanleiding van dit heugelijk gebeuren is een boek geschreven getiteld: ‘Westervoort, 1300 jaar een dorp tussen Neder-Rijn en IJssel’. Onderstaand verhaal is een fragment uit dit boek. Het boek is te koop bij Bruna, Dorpsplein 25a te Westervoort. Het kost € 20 -, exclusief verzendkosten.

Willem Vlijm

Inleiding

Na bijna 300 jaar kreeg Westervoort in 1851 weer een pastoor: Jan Vaalman. Hij werd op 21 november 1816 in Elst geboren. Hij ging daar naar de lagere school in de leer bij timmerman Hoornema. Wanneer zijn oudere broer was overleden werd hij, de tweede zoon van het gezin, bestemd voor het kerkelijke ambt. En zo ging hij voor de humaniora (middelbare school) naar de Latijnse school in Gemert en later naar Oudenbosch en Uden.

Daarna volgden vier jaren studie in de filosofie en theologie aan het Seminarie van de Hollandsche Zending in ’s Heerenberg, deze was gevestigd in Huize Bergh. Op het kerkelijke Mariafeest, toen genoemd Hoge Lieve Vrouwendag, op 15 augustus 1841 werd hij, 24 jaar oud, door bisschop Mgr. C.L. Baron van Wijckerslooth in de kapel van het landgoed te Oegstgeest tot priester gewijd. Kort daarop werd hij benoemd tot kapelaan van de St. Walburgiskerk te Arnhem en vervolgens, op 4 april 1851, te Westervoort.

Vast gi’j mor van zonde

Vaalman was pastoor in een tijd dat Westervoort veranderde. Een aantal voorbeelden: de komst van de spoorlijn, de spoorbrug en het station in 1856, wat de nodige bedrijvigheid met zich meebracht.

Vanaf de jaren vijftig van de 19e eeuw werden er door de grotere vraag naar stenen langs de IJssel, maar liefst vijf steenfabrieken in Westervoort opgericht. Tijdens de zomercampagne was daar werk voor circa 240 arbeiders. Maar niet alleen in Westervoort gingen mannen, vrouwen, jongens en meisjes ‘in de steenoven’ werken, Tijdens de zomermaanden vertrokken ook velen voor enkele weken of maanden naar het Ruhrgebied, waar ze in armoedige hutten verbleven. Ook voor hen voelde Vaalman zich verantwoordelijk. Zo was hij, volgens de overlevering, tijdens het vasten tolerant voor de hardwerkende steenfabrieksarbeiders en boeren: ze hoefden van hem niet minder te eten, als ze zich maar onthielden van zonden: vast gi’j mor van zonde.

Populair

De dorpspastoor met zijn grove manieren, hij veegde zijn mond af met de mouw of de punt van zijn soutane (toga) in plaats van een servet. Hij was de pastoor, die ook nog eens goed inspeelde op de veranderingen in het dorp en zich gedroeg als de eerste onder zijn gelijken, met gezag, dat wel.

Onbaatzuchtigheid

Die populariteit uitte zich bij zijn zilveren jubileum als pastoor op 5 april 1876. De Arnhemsche courant roemde toen: zijn onbaatzuchtigheid, zijn offervaardigheid, zijn verdraagzaamheid en zijn streven om iedereen te helpen; hij was de vriend en raadgever van zeer velen, zonder onderscheid van godsdienst.

Zijn feestdag werd dan ook door het hele dorp gevierd. ’s Morgens werd het feest aangekondigd door kanonschoten. In de kerk zat de jubilaris op een stoel, die volgens het opschrift, geschonken was: door de protestanten van Westervoort.

Gouden priesterfeest

In augustus 1891 vierde Vaalman zijn gouden priesterfeest. We volgen weer de Arnhemsche courant, d.d. 18 augustus 1891: van elk huis, ja van elke hut wapperde de Nederlandse driekleur. Ook de predikant (Wolterink) betuigde zijn instemming door het uitsteken der vlag. Men roemt de groote liefde, die allen zonder voorbehoud hun herder toedragen, omdat hij steeds allen bijstond waar dat nodig was.
Een jaar later werd Vaalman bij Koninklijk Besluit van 29 augustus 1892, benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor de vele en uitzonderlijke verdiensten in zijn woonplaats Westervoort.

Kapelaan Wüsten

Vaalman was al tachtig jaar toen de jonge kapelaan Wüsten uit Herwen en Aerdt hem kwam assisteren.` Langzamerhand begaven zijn krachten hem. Bij het bestijgen van de trappen in de kerk moest hij op de misdienaar leunen; huisbezoeken legde hij nauwelijks meer af, maar het wekelijkse kaartavondje bij Hugen samen met dominee Wolterink en een borrel liet hij zich niet afnemen. In het voorjaar van 1899 kwam het onvermijdelijke einde. Op Witte Donderdag ging hij nog voor in de dienst, maar na afloop ervan zocht hij uitgeput zijn bed op. Acht dagen later, op 7 april 1899, overleed pastoor Vaalman. Op 11 april 1899 werd hij onder overweldigende belangstelling begraven op het r.- k. kerkhof te Westervoort.
Daar waren ook de graven van zijn ouders, die hij na hun dood in Elst naar het IJsseldorp had laten overbrengen. Pastoor Vaalman werd opgevolgd door pastoor Blankevoort.

p.p1 {margin: 0.0px 0.0px 0.0px 0.0px; font: 10.0px Helvetica; color: #000000}Toren katholieke kerk voor WOII.