De Andreaskerk (Foto: Jan van Dalen Fotografie)
De Andreaskerk (Foto: Jan van Dalen Fotografie) Foto: JAN_VAN_DALEN_FOTOGRAFIE

Torenspits Andreaskerk Groessen blijkt middeleeuws meesterwerk

Algemeen

GROESSEN - De torenspits van de Andreaskerk in Groessen blijkt een verborgen middeleeuws meesterwerk. Uniek in Nederland en van onschatbare waarde voor de vaderlandse bouwhistorie.

Door Sjoerd Geurts

Bouwhistoricus Karel Emmens onderzocht de torenspits het afgelopen jaar en ontdekte hoe bijzonder deze is. Hij schreef erover in de Nieuwsbrief Bouwhistorie van de Stichting Bouwhistorie Nederland en noemt het houten bouwwerk ‘een uitzonderlijke constructie die zijn gelijke in ons land niet kent’.
Waarom is de torenspits van de ‘kathedraal van de Liemers’ dan zo bijzonder? Deze blijkt gebouwd met een oude, zeldzame techniek uit de middeleeuwen. Die techniek heet de ‘staande stoel’ en komt vooral voor in Duitse kapconstructies. In Nederlandse kappen zie je dat zelden en in torenspitsen eigenlijk nooit. Niet in Nederland maar ook niet in Duitsland. In Groessen dus wel. En dat maakt de spits van de Andreaskerk zeer speciaal.
Hoe zit het precies in elkaar? De spits van de Andreaskerk is ruim 25 meter hoog en heeft acht zijden. Hij werd volgens onderzoek van Karel Emmens rond 1445 gebouwd – dus bijna 600 jaar geleden. In het midden van de spits staat een grote, rechtopstaande balk: de koningsstijl. Daar omheen zitten schuine en horizontale balken die samen een sterke constructie vormen.
In de acht hoeken van de spits staan de ‘staande stoelen’ – dikke balken die horizontale ringbalken ondersteunen. Deze bouwmethode maakt de spits extra stevig en geeft de torenbekroning, het dak van de toren, zijn bijzondere constructieve vorm.

Duits hout, slimme bouwers

Het hout voor de spits komt uit Duitsland, uit de regio’s Emsland en Graafschap Bentheim. “Dat weten we dankzij onderzoek naar de jaarringen van het hout. De bomen zijn gekapt in de winter van 1441-1442. De torenspits werd dus waarschijnlijk kort daarna afgebouwd.”
Wat ook opvalt: de torenbekroning is ongeveer drie eeuwen jonger dan de romaanse toren maar enkele tientallen jaren ouder dan het laatmiddeleeuwse kerkschip. Hij was bedoeld als blikvanger. Een echt pronkstuk dus.
Emmens denkt dat de torenspits misschien van binnenuit gebouwd is, zonder steiger. In één van de balken zitten namelijk nog pennen die als treden konden worden gebruikt – een soort ingebouwde ladder. Ook zijn veel onderdelen extra stevig gemaakt met zowel houten pennen als ijzeren spijkers. Alles zit precies op z’n plek, als een grote houten puzzel.

Toren zelf is Romaans

Overigens ging men er in Groessen lange tijd vanuit dat de toren uit het jaar 1100 komt. “Maar dat kan nog steeds het geval zijn”, zegt Emmens. “De toren en torenspits zijn verschillende onderdelen van de kerk. De toren zelf is romaans, gebouwd van tufsteen uit de Eifel (Duitsland), waarschijnlijk rond het jaar 1100 of iets later. Hoe de oorspronkelijke spits eruitzag, weten we niet. De huidige spits is er dus rond 1445 op geplaatst.”

Groessen heeft goud in handen

Dat zo’n bijzondere torenspits in een klein dorp als Groessen staat, maakt het verhaal alleen maar mooier, vindt Karel Emmens. “Geen grote stad, geen wereldberoemde kerk, maar wel een torenspits die nu eindelijk de aandacht krijgt die zij verdient. Deze houten constructie blijkt een meesterwerk van middeleeuws vakmanschap. Een spits die laat zien hoe knap en precies het handwerk vroeger kon zijn. En een herinnering aan een tijd waarin bouwen vooral een ambacht was, één van precisie, inzicht en geduld. De spits van de Andreaskerk bewijst dat grootse bouwwerken soms in alle stilte boven het maaiveld uitsteken. In Groessen!”

Bronvermelding: Karel Emmens, ‘Een ‘stehende Stuhl’ in de naaldspits van Groessen’ in Nieuwsbrief Bouwhistorie 78 (2024).